Home » Nieuws » China levert niet meer de grondstoffen maar nu de hele machine

China levert niet meer de grondstoffen maar nu de hele machine


De Europese industrie heeft een grondstoffenprobleem dat groter is dan de meeste bestuurders misschien echt willen toegeven. Van magneetscheiding tot windturbines, van MRI-scanners tot elektromotoren: zeldzame aardmetalen als neodymium en dysprosium zitten in het hart van de technologie. Europa verbruikt deze massaal, maar produceert ze nauwelijks. Voor meer dan 90 procent zijn we afhankelijk van één leverancier: China. En die leverancier bouwt niet alleen de grondstoffen, maar inmiddels ook de complete machines.

Neodymium (Nd) en Dysprosium (Dy) zijn zeldzame aardmetalen (“aardmaterialen” of “aarden“), cruciaal voor moderne hoogwaardige permanente magneten (NdFeB). Deze magneten worden gebruikt voor het scheiden van van ferro en non-ferro materialen. In de Nederlandse recyclingindustrie zitten bedrijven die hiermee de machines bouwen die metalen scheiden, sorteren en terugwinnen uit afvalstromen. Het zijn precies deze machines die je nodig hebt om minder afhankelijk te worden van primaire grondstoffen. Het probleem is dat die machines zelf afhankelijk zijn van dezelfde schaarse materialen die ze helpen terugwinnen.

Afhankelijkheid van China

China produceert volgens CBS-cijfers zo’n 93 procent van alle permanente magneten op basis van zeldzame aardmetalen. Die magneten vormen het kloppend hart van magneetscheidingsinstallaties. In april 2025 legde China opnieuw exportbeperkingen op voor dysprosium, terbium en NdFeB-materialen. Nu worden deze metalen niet alleen gebruikt voor afvalscheiding, maar ook voor  elektromotoren van elektrische voertuigen en windturbines. De gevolgen waren direct voelbaar: grote internationale bedrijven als Apple, Tesla en Lockheed Martin ondervonden leveringsproblemen, terwijl sommige Amerikaanse fabrikanten hun productie moesten stilleggen vanwege magnetentekorten.

Voor de Nederlandse maakindustrie is de situatie helaas niet anders. Nederland importeert zeldzame aardmetalen nauwelijks als grondstof. Die komen ons land binnen als onderdelen van eindproducten. Dat betekent dat de afhankelijkheid dieper zit dan veel bedrijven beseffen. Het zit niet in de inkoopfactuur van grondstoffen, maar in de componenten die zij als vanzelfsprekend beschouwen.

Van grondstof naar complete machine

Dit is het punt waarop het verhaal een ongemakkelijke wending neemt. China integreert verticaal. Eerst leverde het land de grondstoffen. Daarna de verwerkte materialen. Vervolgens de magneten. En nu steeds vaker: de complete machines.

In de praktijk betekent dit dat een Europese machinebouwer niet langer concurreert om dezelfde onderdelen. De klant kan inmiddels een volledig Chinese machine aanschaffen, gebouwd met dezelfde zeldzame aardmetalen die voor westerse fabrikanten steeds moeilijker verkrijgbaar zijn. Tegen een prijs die moeilijk te evenaren is, omdat de volledige keten onder Chinese controle staat.

Het is dezelfde beweging die de automotive industrie al heeft meegemaakt. Eerst batterijcellen uit China, toen batterijpakketten, vervolgens complete elektrische voertuigen. De Europese Centrale Bank schat dat meer dan vier vijfde van de grote Europese bedrijven maximaal drie stappen in de leveringsketen verwijderd is van een Chinese producent van zeldzame aardmetalen. Die afhankelijkheid reikt tot ver voorbij de directe leverancier.

China houdt bewust de prijzen laag om nieuwe concurrenten te ontmoedigen. Het land gebruikt marktdominantie niet primair om prijzen te verhogen, maar om invloed te behouden en grondstoffen in te zetten als strategisch instrument. Het gemiddelde tijdsbestek van ontdekking tot productie van een mijn in het Westen bedraagt tientallen jaren. China heeft die infrastructuur allang gebouwd.

De Europese Commissie waarschuwde begin februari 2026 dat de nationale en economische veiligheid op het spel staan en kondigde een alliantie aan met de VS en Japan om binnen dertig dagen afspraken te maken over kritieke grondstoffen. Maar afspraken op overheidsniveau zijn iets anders dan oplossingen op de werkvloer. Wat kan de Nederlandse maakindustrie nu doen, zonder te wachten op Brussel, Washington of Tokio?

Wat kan de Nederlandse maakindustrie zelf doen?

Het goede nieuws is dat er op meerdere fronten tegelijk wordt gewerkt aan concrete alternatieven. Geen verre beloftes, maar initiatieven die nu al resultaat opleveren of binnen enkele jaren productierijp zijn. De aanpak valt uiteen in vier sporen: recycling, herontwerp, strategische voorraden en op termijn eigen Europese winning.

Recycling: van afvalstroom naar grondstofbron

De EU Critical Raw Materials Act schrijft voor dat in 2030 minimaal 25 procent van kritieke magneetmaterialen uit recycling moet komen. Momenteel ligt dat percentage onder de 1 procent. Dat klinkt als een onoverbrugbare kloof, maar de technologie ontwikkelt zich snel.

Het Britse HyProMag heeft een gepatenteerd waterstofproces ontwikkeld waarmee NdFeB-magneten uit afvalstromen worden gescheiden en direct herverwerkt tot nieuwe gesinterde magneten. Het resultaat bevat meer dan 95 procent gerecycled materiaal. Wat opvalt: de magneten zijn inmiddels getest door GKN Automotive en ZF in echte motortoepassingen. GKN bevestigde dat de gerecyclede magneten de verwachte prestaties nagenoeg exact repliceerden. Dat betekent dat recycling niet langer een kwaliteitscompromis is.

In Frankrijk opende Orano in september 2025 Europa’s eerste pilotlijn voor magneetrecycling, ondersteund door het Franse herstelplan en het Europese Horizon Europe-programma. De pilotlijn dient als testomgeving voor innovatieve processen, met volledige resultaten verwacht eind 2026. In Italië haalde startup RarEarth 2,6 miljoen euro op voor de eerste Europese NdFeB-magneetfabriek op basis van gerecycled e-motorafval.

Aan de andere kant van de oceaan sloot Apple een deal van 500 miljoen dollar met MP Materials voor binnenlands geproduceerde magneten, inclusief een recyclinglijn die in 2027 operationeel moet zijn.

Wat betekent dit voor de Nederlandse maakindustrie? Bedrijven die nu al hun afvalmagneten apart inzamelen in plaats van afvoeren als restafval, bouwen aan een toekomstige grondstofbron. Dat klinkt simpel, maar in de praktijk belanden de meeste afgedankte magneten nog in de shredder. Gescheiden inzameling van magneten uit end-of-life apparatuur is het laaghangende fruit van de grondstoffenstrategie.

Herontwerp: machines bouwen zonder zeldzame aardmetalen

Het meest aansprekende bewijs dat het anders kan, komt uit de auto-industrie. De nieuwe BMW iX3 Neue Klasse, gepresenteerd op de IAA in september 2025, gebruikt geen zeldzame aardmetalen in zijn volledige aandrijflijn. BMW combineerde een elektrisch bekrachtigd synchroonmotor op de achteras met een inductiemotor op de vooras – beide volledig magneetvrij. Het resultaat: 40 procent minder energieverlies dan de vorige generatie, 10 procent minder gewicht en 20 procent lagere productiekosten. Met 800 km bereik op een volle lading is het geen compromisauto.

Het Japanse Astemo, een joint venture van Hitachi en Honda, presenteerde eind 2025 een synchroon reluctantiemotor die met ferrietmagneten een vermogen van 180 kW levert. Ferrietmagneten bevatten geen zeldzame aardmetalen en zijn breed beschikbaar. De motor is 30 procent groter dan een conventionele variant, maar levert vergelijkbare prestaties. Dat is een bewuste afweging: iets meer volume in ruil voor volledige onafhankelijkheid van Chinese toeleveringsketens.

S&P Global Mobility voorspelt dat de vraag naar motoren zonder zeldzame aardmetalen de komende tien jaar met zo’n 15 procent per jaar groeit. Het marktaandeel van deze ontwerpen kan tegen 2037 verdrievoudigen. BMW, Renault, Stellantis en Nissan werken allemaal aan varianten.

De parallel met de maakindustrie is direct. Als een autofabrikant een complete EV-aandrijflijn kan ontwerpen zonder neodymium, dan kan een machinebouwer ook kijken naar motorontwerpen die minder of geen zeldzame aardmetalen nodig hebben. Dat vereist geen fundamenteel nieuwe fysica, maar een andere ontwerpfilosofie. Synchrone reluctantiemotoren, inductiemotoren en hybride ontwerpen zijn bewezen technologieën die nu worden doorontwikkeld voor hogere vermogens. In de EU loopt het PASSENGER-project, gericht op de ontwikkeling van verbeterde ferriet- en mangaan-aluminium-koolstof legeringen voor magneetproductie in Europa.

Herontwerp is geen downgrade. Het is een strategische ontwerpkeuze die de afhankelijkheid van een enkele leverancier doorbreekt.

Strategische voorraden: goedkoper dan gedacht

Een opvallend gegeven uit recent ESB-onderzoek: de EU importeert jaarlijks voor slechts circa 120 miljoen euro aan zeldzame aardmetalen. Strategische buffers aanleggen die de kwetsbaarheid voor meerdere jaren verkleinen, zou dus een relatief bescheiden investering zijn, zeker in vergelijking met de miljarden die de EU uittrekt voor industriebeleid.

Dit is niet alleen een zaak voor overheden. TNO rapporteerde in 2025 dat Nederlandse maakbedrijven, leden van brancheorganisatie FME, al zijn begonnen met voorraadvorming als directe reactie op recente tekorten aan aardmetalen. Bedrijven die hun kritieke magnetenleverantie voor zes tot twaalf maanden bufferen, kopen zichzelf tijd. Tijd om alternatieven te testen, nieuwe leveranciers te kwalificeren of ontwerpen aan te passen wanneer de volgende exportrestrictie komt.

De les van 2025 is helder: wie uitsluitend op just-in-time levert vanuit een monopolistische bron, loopt een strategisch risico dat de hele bedrijfsvoering kan raken. Een grondstoffenbuffer is geen dode voorraad. Het is een verzekeringspremie.

Europese winning: niet morgen, maar ook niet nooit

Europa heeft wel degelijk zeldzame aardmetalen in de bodem! Het Zweedse mijnbouwbedrijf LKAB ontdekte bij Kiruna meer dan 1 miljoen ton zeldzame aardoxiden: de grootste Europese vondst tot nu toe. In Noorwegen bevat het Fen-complex nabij Oslo naar schatting 8,8 miljoen ton. Beide projecten zitten in de vergunningsfase en zijn nog 10 tot 15 jaar verwijderd van commerciële productie.

Dat klinkt ver weg, en dat is het ook. Maar het verschuift het perspectief: het probleem is niet dat Europa geen grondstoffen heeft. Het probleem is dat Europa geen verwerkingscapaciteit heeft, dat vergunningstrajecten traag verlopen en dat er decennialang niet is geïnvesteerd in de midstream, de stap tussen erts en bruikbaar materiaal.

De European Raw Materials Alliance heeft 1,7 miljard euro aan potentiële investeringen geïdentificeerd in winning, raffinage en magneetproductie, met als doel om tegen 2030 twintig procent van de EU-magneetbehoefte te dekken. De Critical Raw Materials Act stelt concrete doelen: minimaal 10 procent Europese winning, 40 procent verwerking en 25 procent recycling, met een maximum afhankelijkheid van 65 procent van een enkel derde land.

Die doelen zijn ambitieus. Maar ze geven richting. En richting is precies wat de sector nodig heeft.

Geen enkel wondermiddel, maar een portfolio

De kern is dat er niet een oplossing is die de afhankelijkheid van China in een keer doorbreekt. Het gaat om een combinatie van maatregelen die elkaar versterken. Recycling verkleint de behoefte aan primaire grondstoffen. Herontwerp vermindert de afhankelijkheid van specifieke materialen. Strategische voorraden kopen tijd. En Europese winning bouwt op termijn een eigen basis op. Bedrijven die vandaag op meerdere van deze sporen tegelijk inzetten, zijn de bedrijven die straks niet stilvallen als Peking de kraan weer dichtdraait.

De Chinese strategie is niet nieuw en niet geheim. Wat nieuw is, is dat de gevolgen nu voelbaar zijn op de werkvloer van Nederlandse machinebouwers. De vraag is niet of we moeten handelen. De vraag is of we snel genoeg handelen: strategie is beter dan nostalgie.